Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de rechter mr. J.P.M. van der Ham in de hoofdzaak met zaaknummer 8875958 CV EXPL 20-6050, stellende dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is vanwege vermeende processuele fouten en een vermeende opdracht van overheid en rechtspraak om de huiszettingsprocedure te bespoedigen.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter of de wrakingskamer kunnen aantasten. Het verzoek tot wraking van de wrakingskamer zelf werd daarom buiten behandeling gelaten wegens gebrek aan motivering en kennelijk misbruik van het wrakingsinstrument.
Ten aanzien van het wrakingsverzoek tegen de rechter is geoordeeld dat de aangevoerde gronden onvoldoende zijn om de schijn van partijdigheid te wekken. Het enkele feit dat een nieuwe zittingsdatum is vastgesteld en het niet controleren van een skypeverbinding zijn onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen.
De wrakingskamer constateert dat verzoeker reeds meerdere soortgelijke wrakingsverzoeken heeft ingediend zonder nieuwe feiten aan te voeren, wat leidt tot misbruik van recht. Daarom wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.