Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente 's-Hertogenbosch, de burgemeester
Zitting hebben:
- mr. H.M.H. de Koning, rechter;
- drs. J.A. Meijer-Habraken, griffier.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker is in Frankrijk aangehouden wegens een snelheidsovertreding, waarna zijn rijbewijs voor vier maanden werd ingenomen. Ondanks dit heeft hij bij de RDW een nieuw rijbewijs aangevraagd waarbij hij verklaarde dat zijn rijbewijs niet was gevorderd. De burgemeester verklaarde dit nieuwe rijbewijs ongeldig omdat het was afgegeven op basis van onjuiste gegevens.
Verzoeker stelde dat het verlies van zijn rijbewijs onevenredige gevolgen had voor zijn werk, dat zich vooral in het buitenland afspeelt, en dat alternatieven niet mogelijk zijn. Hij vroeg daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker zijn spoedeisend belang onvoldoende had onderbouwd met objectieve stukken.
Daarnaast werd vastgesteld dat het besluit van de burgemeester niet evident onrechtmatig was, aangezien de wet geen ruimte laat voor belangenafweging bij ongeldigverklaring in dit geval. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van waarheidsgetrouwe verklaringen bij rijbewijsaanvragen en bevestigt de dwingendrechtelijke aard van artikel 124 WVW Pro. De voorzieningenrechter wees ook verzoekers argumenten en vergelijkingen met andere zaken af vanwege het ontbreken van vergelijkbare omstandigheden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.