ECLI:NL:RBOBR:2021:602
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor schuld aan dodelijk verkeersongeval door achteruitrijden vrachtwagen
Op 11 oktober 2019 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval in Eindhoven waarbij een bromfietser dodelijk werd geraakt door de vrachtwagen van verdachte die abrupt stopte en achteruit reed zonder voldoende te wachten. Verdachte werd primair beschuldigd van aanmerkelijke onvoorzichtigheid volgens artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 (WVW) en subsidiair van het veroorzaken van gevaar op de weg volgens artikel 5 WVW Pro.
Tijdens de terechtzitting verklaarde verdachte dat hij na het stevig remmen en stoppen direct achteruit reed nadat hij in zijn spiegels had gekeken, maar het slachtoffer niet kon zien omdat de bromfiets zich op een plek bevond die niet zichtbaar was in de spiegels. Bewijs uit camerabeelden en ongevallenanalyse bevestigde dat het slachtoffer ongeveer 25 meter achter de vrachtwagen reed en niet zichtbaar was in de spiegels.
De rechtbank oordeelde dat verdachte weliswaar onoplettend was door direct achteruit te rijden zonder te wachten en zonder gebruik van alarmlichten, maar dat dit niet de vereiste aanmerkelijke schuld opleverde voor artikel 6 WVW Pro. Verdachte werd daarom vrijgesproken van deze overtreding. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte gevaar op de weg veroorzaakte (artikel 5 WVW Pro).
De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden met een proeftijd van één jaar. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het ongeval, de impact op verdachte en de nabestaanden, en het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het dodelijk ongeval maar veroordeeld voor gevaar op de weg met taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging.