Verzoeker had omgevingsvergunningen gekregen voor het kappen van drie bomen, waarvan twee inmiddels gekapt waren. De gemeente Meierijstad stelde dat vanwege de gemeentelijke herindeling en het vervallen van de oude APV van Veghel geen vergunning meer nodig was. De rechtbank oordeelde echter dat de Bomenverordening van Meierijstad, die na de herindeling is vastgesteld, de oude APV Veghel herbevestigt, waardoor de vergunningplicht blijft gelden.
De primaire besluiten tot kap waren daarom in strijd met artikel 2.7 van de Wabo genomen, omdat de gemeente de aanvrager niet de gelegenheid had gegeven ook toestemming te vragen voor de werkzaamheden die onlosmakelijk verbonden zijn met het kappen van bomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de gemeente op een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
De rechtbank schorste tevens de primaire besluiten tot twee weken na de beslissing op bezwaar om te voorkomen dat de stobben van de gekapte bomen verwijderd worden zonder vergunning. Daarnaast veroordeelde zij de gemeente tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. De uitspraak werd mondeling gedaan op 19 november 2021.