ECLI:NL:RBOBR:2021:6398
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen gedogen winternoodopvang afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
De vereniging heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het gedogen van een winternoodopvang voor dak- en thuislozen op het terrein van de voormalige milieustraat aan de Kanaaldijk-Zuid te Eindhoven. De opvang is bedoeld voor circa 90 personen, waaronder mensen uit Midden- en Oost-Europa, en zou geopend zijn van 16.00 tot 8.00 uur.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bericht over het gedogen van de opvang geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen verzoek om handhaving ingediend bij het college, terwijl een besluit op een dergelijk verzoek wel appellabel zou zijn. De voorzieningenrechter verwijst naar jurisprudentie waarin wordt gesteld dat het afwachten van een besluit of het indienen van een vergunningaanvraag niet als een onevenredig bezwarende weg geldt om een appellabel besluit te verkrijgen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat verzoekster de weg van het indienen van een handhavingsverzoek bij verweerder kan bewandelen en dat verweerder heeft toegezegd voor 23 december 2021 een besluit te nemen op het ingediende verzoek om handhaving. Tegen dat besluit kan verzoekster zich opnieuw wenden tot de rechter. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en inhoudelijk niet behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gedogen van de winternoodopvang is niet-ontvankelijk verklaard.