Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeksters hebben na het leggen van conservatoir bewijsbeslag op digitale bescheiden een tweede verzoek ingediend om verlenging van de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak, van 13 december 2021 tot 13 februari 2022. Gerekestreerden maakten hiertegen bezwaar en voerden verweer tijdens een hoorzitting.
De voorzieningenrechter overwoog dat de termijnverlenging bedoeld is om te voorkomen dat beslag als pressiemiddel wordt gebruikt zonder dat de eis wordt ingesteld. Een tweede verlenging wordt slechts toegestaan indien de beslagene daarmee instemt, wat hier niet het geval was. Verzoeksters hadden reeds een termijn van veertien dagen plus twee maanden gekregen, wat voldoende geacht werd.
Verzoeksters stelden dat de zaak complex is en dat zij werden tegengewerkt, maar dit werd onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook de hoeveelheid bescheiden was beperkt en de deurwaarder was nog bezig met dataselectie, maar dit stond niet aan het indienen van de eis in de weg. Het verzoek tot verlenging werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de termijn voor het indienen van de eis in de hoofdzaak is afgewezen.