ECLI:NL:RBOBR:2021:6492
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen milieudelicten met drugsafval en oplegging jeugddetentie en taakstraf
Verdachte heeft samen met anderen afvalstoffen afkomstig van de productie van synthetische drugs vervoerd en achtergelaten in bedrijfswagens met valse kentekenplaten. Deze afvalstoffen veroorzaakten milieuschade doordat ze lekten en in de bodem terechtkwamen.
De rechtbank verklaarde twee feiten bewezen: het medeplegen van overtreding van voorschriften uit de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, betreffende het vervoer en het achterlaten van gevaarlijke afvalstoffen. Feit 3, het medeplegen van opzetheling van bestelwagens, werd niet bewezen verklaard.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een licht verstandelijke beperking en kwetsbaarheid, en besloot toepassing van het adolescentenstrafrecht. De straf bestaat uit een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uren. Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel van ruim 33.000 euro opgelegd.
De rechtbank matigde de straf vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen had. De opgelegde voorwaarden omvatten toezicht van de jeugdreclassering en verplichtingen tot dagbesteding en medewerking aan identificatie en toezicht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke jeugddetentie en 240 uur taakstraf voor medeplegen van milieudelicten met drugsafval.