Verzoekster exploiteert een veehouderij met hondenfokkerij in een gebied met de bestemming 'agrarisch gebied'. Verweerder trad handhavend op tegen de hondenfokkerij omdat deze volgens hem niet binnen de bestemming past. Verweerder hield echter geen rekening met de medebestemming 'agrarische doeleinden', waardoor het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder zich eerst moet uitlaten over de gevolgen van deze medebestemming voordat de rechter zich hierover kan uitlaten. Daarom wordt het handhavingsbesluit geschorst tot de einduitspraak in het beroep. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan verzoekster te vergoeden en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
De voorzieningenrechter benadrukt het voorlopige karakter van de uitspraak en adviseert partijen om de besluitvorming te bundelen en eventueel rechtstreeks beroep in te stellen. Verzoekster wordt geacht het aantal moederdieren niet uit te breiden in afwachting van de uitspraak.