Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De tenlastelegging.
tot en met 29 oktober 2016’ in plaats van ‘
tot en met 29 november 2016’. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
2.Inleiding.
3.De formele voorvragen.
4.Bespreking van de ontvankelijkheidsverweren.
5.Bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
- dat de leningsovereenkomst is opgemaakt op 1 juli 2007;
- dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] maximaal $ 13.500.000,- beschikbaar stelt ter financiering van “ [bedrijf 3] , [bedrijf 5] , [bedrijf 6] ”;
- dat [medeverdachte 3] 8% rente per jaar verschuldigd is, berekend op basis van het dagelijkse saldo van de leningsrekening;
- dat [medeverdachte 3] bij ondertekening van de leningsovereenkomst alle rechten uit haar overeenkomst met [bedrijf 3] overdraagt aan [medeverdachte 1] , inclusief de eerste hypotheek en de persoonlijke borgstelling van [persoon 2] .
- dat de leningsovereenkomst is opgemaakt op 1 augustus 2007;
- dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] maximaal € 6.150.000,- beschikbaar stelt ter financiering van “ [bedrijf 4] , [bedrijf 7] ”;
- dat [medeverdachte 3] 8% rente per jaar verschuldigd is, berekend op basis van het dagelijkse saldo van de leningsrekening;
- dat [medeverdachte 3] bij ondertekening van de leningsovereenkomst alle rechten uit haar overeenkomst met [bedrijf 4] overdraagt aan [medeverdachte 1] , inclusief de eerste en derde hypotheek en de persoonlijke borgstelling van [persoon 2] .
- dat [medeverdachte 3] aan [bedrijf 3] een lening verstrekt ter hoogte van $ 13.500.000,- ter financiering van de verbouw en verruiming van het voormalige terrein van de [bedrijf 8] met verscheidene gebouwen, munitiebunkers en hallen in een hotelcomplex;
- dat de uitbetaling van $ 8.100.000,- plaatsvindt in één bedrag binnen 30 dagen na ondertekening van de leningsovereenkomst, op de rekening van [bedrijf 9] , [rekeningnummer 1] bij de ABN Amrobank Zwolle in Nederland;
- dat ten gunste van [medeverdachte 3] hypotheek wordt gevestigd bij het kadaster van [bedrijf 9] blad 5955, 5961, 5970 en 6016;
- dat uitbetaling van $ 5.400.000,- plaatsvindt na voltooiing van het hotelcomplex en kennisgeving van die voltooiing;
- dat het rentepercentage 9% per jaar bedraagt en dat de verschuldigde rente elk kwartaal op [rekeningnummer 2] van ING Bank te Nijmegen wordt overgemaakt,
- dat de totale lening in één som terugbetaald moet worden;
- dat ter verdere zekerheid de heer [persoon 2] tegenover [medeverdachte 3] een hoofdelijke aansprakelijke borgstelling op zich neemt ter hoogte van $ 13.500.000,-;
- dat [bedrijf 3] [medeverdachte 3] van alle publieke heffingen en verdere lasten in verband met deze leningsovereenkomst zal ontheffen.
- dat [medeverdachte 3] aan [bedrijf 4] een lening verstrekt ter hoogte van € 6.150.000,- ter financiering van de verbouw en verruiming van de voormalige kerncentrale [kerncentrale] ;
- dat de uitbetaling van de lening plaatsvindt in één bedrag binnen 30 dagen na ondertekening van de leningsovereenkomst, op de rekening van [bedrijf 4] , [rekeningnummer 3] bij de Rabobank Hardenberg in Nederland;
- dat de hypotheek van DM 12.000.000,- die ten gunste van [bedrijf 10] is ingeschreven in de kadasters van [poldergebied] blad 8 en [plaats] blad 163, wordt overgedragen aan [medeverdachte 3] ;
- dat het rentepercentage 9% per jaar bedraagt en dat de verschuldigde rente elk kwartaal op [rekeningnummer 2] van ING Bank te Nijmegen wordt overgemaakt, [Rechtbank: alleen in de originele Duitse versie];
- dat de totale lening in één som terugbetaald moet worden;
- dat ter verdere zekerheid de heer [persoon 2] tegenover [medeverdachte 3] een hoofdelijke aansprakelijke borgstelling op zich neemt ter hoogte van € 6.150.000,-;
- dat [bedrijf 4] [medeverdachte 3] van alle publieke heffingen en verdere lasten in verband met deze leningsovereenkomst zal ontheffen.
- dat [bedrijf 4] op 10 september 2007 via een spoedopdracht € 5.905.411,82 heeft ontvangen van [bedrijf 3] , [rekeningnummer 1] , met als omschrijving “overboeking”;
- dat [bedrijf 4] op 10 september 2007 via een spoedopdracht € 6.135.503,- heeft overgemaakt naar [bedrijf 10] (hierna: [bedrijf 10] ), rekeningnummer onbekend, met als omschrijving “aflossing lening” en
- dat [bedrijf 4] op 13 september 2007 via een spoedopdracht € 6.150.000,- heeft ontvangen van [medeverdachte 3] , [rekeningnummer 4] , met als omschrijving “darlehensvereinbarung”.
- Het was geen onderdeel van de opdracht om met alle kosten rekening te houden.
- Het salaris is door mevrouv [verdachte] meegedeeld: er waren geen historische jaarrekeningen van de twee ondernemingen [bedrijf 26] en [bedrijf 27] beschikbaar.
- Het dividend is door mevrouw [verdachte] meegedeeld: er waren geen historische jaarrekeningen van de twee ondernemingen beschikbaar.
- Gevraagd of € 205.000,- een redelijk bedrag is als compensatie voor de door haar [verdachte] werkzaamheden bij [bedrijf 29] , antwoordde [persoon 14] : “De controle van de redelijkheid was geen onderdeel van de opdracht.”
- Voorwerp van de opdracht was niet de controle van de juistheid van het salaris en het dividend, maar de vraag of op basis van de aangegeven bedragen de plausibiliteit vastgesteld kan worden, en dit is ook gebeurd.
- De echtheid van de documenten kan hij niet beoordelen.
- Er is niet uitgelegd hoe het verdiende geld werkelijk heeft kunnen renderen met 8% per jaar vanaf het moment van ontvangst; er is slechts gewerkt met algemene aannames;
- Het genoten maandsalaris bij [bedrijf 26] bedroeg 5,5 tot 9 maal het gemiddelde netto maandsalaris in Nederland. Aangevuld met dividend is dit hoogstonwaarschijnlijk veel voor iemand van nog geen 20 jaar oud in die tijd;
- De gestelde gouden handdruk van [bedrijf 29] komt neer op 1,6 keer de jaarwinst van [bedrijf 29] in 1984. Het is hoogstonwaarschijnlijk dat dit is gebeurd;
- Het genoten salaris bij [bedrijf 27] bedroeg 8,5 maal het gemiddelde netto maandsalaris in Nederland. Aangevuld met dividend is dit onwaarschijnlijk veel. Het past ook niet bij een bedrijf dat bestaat uit alleen [verdachte] en haar neef;
- Kosten voor machines, inkoop van legermateriaal en huur zijn niet meegenomen.
Ik ben eigenaar van [bedrijf 11] .
Verkopen Supply 2012”. In deze ordner zat de in de tenlastelegging genoemde factuur aan [bedrijf 36] Het betrof een factuur met betrekking tot hetzelfde transport. De containernummers op de documenten kwamen overeen. Het factuurbedrag was echter $ 37.425. [112]
Supply 2010 inkopen” twee facturen van [bedrijf 11] aan [medeverdachte 6] aangetroffen:
2015van [medeverdachte 6] aan [bedrijf 11] :
2015van [medeverdachte 6] aan [bedrijf 11] :
- dat [bedrijf 11] feitelijk [medeverdachte 2] was;
- dat [medeverdachte 2] één van de twee natuurlijke personen was achter [medeverdachte 6] en dat [verdachte] één van de twee natuurlijke personen was achter [bedrijf 11] ;
- dat sprake is van een persoonlijke relatie tussen de twee natuurlijke personen die achter zowel [medeverdachte 6] en [bedrijf 11] zitten;
- dat [medeverdachte 2] onder de naam [bedrijf 11] feitelijk hetzelfde deed voor [medeverdachte 6] als voorheen, toen [bedrijf 11] nog niet was opgericht;
- dat [bedrijf 11] eigenlijk een onnodige schakel was tussen [medeverdachte 6] en de klanten van [medeverdachte 6] ;
- dat ten aanzien van dezelfde goederenstromen en vanaf dezelfde laptop twee factuurstromen werden opgemaakt, waarmee de winstverdeling tussen [medeverdachte 6] en [bedrijf 11] werd gerealiseerd.
6.De bewezenverklaring.
primair
primair
primair
primair
primair.
7.De strafbaarheid van het feit.
8.De strafbaarheid van verdachte.
9.Oplegging van straf.
–naar de rechtbank begrijpt
–op het standpunt dat het bevel gevangenhouding moet worden opgeheven. De officieren van justitie stellen zich op het standpunt dat minstens de schorsingsvoorwaarden, zoals die tussen [verdachte] en de Staat der Nederlanden zijn overeengekomen (en door de rechtbank in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn overgenomen) onverminderd van toepassing moeten blijven.
gevangenisstrafvoor de duur van
60 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.