ECLI:NL:RBOBR:2021:6829
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vervaardigen en bezit kinderporno met taakstraf en gevangenisstraf
Verdachte werd beschuldigd van het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van en toegang verschaffen tot kinderporno, bestaande uit één filmpje waarop een minderjarige te zien is. De rechtbank concludeerde op basis van bewijsmiddelen, waaronder chatberichten en verklaringen, dat verdachte het filmpje zelf heeft gemaakt en het materiaal in bezit had.
De verdediging voerde aan dat verdachte vrijgesproken moest worden vanwege onduidelijkheid over wie het filmpje had vervaardigd en dat verdachte niet wist dat het slachtoffer minderjarig was. De rechtbank verwierp dit verweer, mede gelet op het grote leeftijdsverschil en de gedragingen van verdachte die duidden op bewust handelen.
De rechtbank legde een taakstraf van 80 uren op en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag, mede vanwege het taakstrafverbod bij veroordeling voor kinderporno. De rechtbank hield rekening met de context, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de reeds ontstane maatschappelijke gevolgen.
De benadeelde partij vorderde immateriële schadevergoeding, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat de concrete en rechtstreekse gevolgen van het strafbare feit voor het slachtoffer onvoldoende waren onderbouwd. De kosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot één dag gevangenisstraf en 80 uren taakstraf wegens vervaardigen en bezit van kinderporno; vordering schadevergoeding niet-ontvankelijk.