Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om opheffing van de thuisquarantaineplicht die op grond van artikel 58nb WPG voor hem geldt, omdat hij tijdens een verblijf in Zuid-Afrika besmet is geraakt met het coronavirus en daar tien dagen in quarantaine is geweest. Na een negatieve test keerde hij terug naar Nederland en wilde hij snel weer aan het werk in de zorg.
De rechtbank stelt vast dat Zuid-Afrika sinds 26 november 2021 als een uitzonderlijk hoogrisicogebied met een zorgwekkende virusvariant is aangemerkt. Hierdoor geldt de quarantaineplicht onverkort voor personen die vanuit dat gebied Nederland binnenkomen. Verzoeker valt niet onder een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 58nc lid 1 onder b WPG.
De rechtbank oordeelt dat de reeds door verzoeker ondergane quarantaine en negatieve test in Zuid-Afrika geen reden zijn om af te wijken van de quarantaineplicht, omdat besmetting tijdens de reis niet kan worden uitgesloten en een negatieve test geen garantie biedt dat iemand niet besmettelijk is. Het belang van de volksgezondheid prevaleert boven het verzoek om snel terug te keren naar het werk. Het verzoek wordt daarom afgewezen.