ECLI:NL:RBOBR:2021:6862
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat minderjarige Covid-19 vaccinatie mag ondergaan zonder ouderlijke toestemming
Een 15-jarige minderjarige vroeg de rechtbank om vervangende toestemming voor haar tweede Covid-19 vaccinatie, nadat haar moeder toestemming had geweigerd. De minderjarige woont bij haar moeder en heeft gezamenlijk gezag van beide ouders. De rechtbank voerde een hoorzitting met de minderjarige, haar ouders en een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.
De moeder uitte bezorgdheid over mogelijke gezondheidsschade door de vaccinatie, terwijl de vader en de minderjarige zelf de vaccinatie wenselijk vonden. De minderjarige had zich goed geïnformeerd, onder meer met hulp van een coach, en bleef bij haar wens om gevaccineerd te worden.
Artikel 7:450 lid 2 BW Pro bepaalt dat voor medische verrichtingen bij minderjarigen tussen 12 en 16 jaar toestemming van de ouders vereist is, tenzij de verrichting kennelijk nodig is om ernstig nadeel te voorkomen en de minderjarige de verrichting weloverwogen wenst. De rechtbank concludeerde op basis van het advies van de Gezondheidsraad dat vaccinatie tegen Covid-19 ernstig nadeel kan voorkomen en dat de gezondheidswinst groter is dan de risico’s.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de minderjarige zich zonder toestemming van haar moeder mag laten vaccineren en dat vervangende toestemming van de rechtbank niet nodig is. De beschikking werd op 7 december 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De minderjarige mag zich zonder toestemming van haar moeder laten vaccineren tegen Covid-19.