Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[handelsnaam eiser],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding;
- het tegen gedaagden verleende verstek.
2.De beoordeling
2.491,00(1,0 punt × tarief € 2.491,00)
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser vordert betaling van een bedrag van €187.845,04 plus wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten van gedaagden, waaronder ZEP Holding B.V. Gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De rechtbank beoordeelt dat de vordering tot betaling van de beslagkosten toewijsbaar is op grond van artikel 706 Rv Pro. De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat de vaststellingsovereenkomst niet kwalificeert als handelsovereenkomst volgens artikel 6:119a lid 1 BW, maar de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW Pro wel toewijsbaar is.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, incassokosten, beslagkosten en proceskosten. Tevens worden de nakosten toegewezen voor zover deze op dit moment kunnen worden begroot. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €187.845,04 plus rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten, met uitzondering van de gevorderde wettelijke handelsrente.