De rechtbank Oost-Brabant heeft op 23 februari 2022 het bevel tot gevangenhouding van verdachte bevestigd voor een duur van 90 dagen. De bewaring was reeds bevolen door de rechter-commissaris op 10 februari 2022. De officier van justitie had de gevangenhouding gevorderd en de rechtbank heeft na kennisname van het strafdossier en het horen van partijen geoordeeld dat de verdenking en ernstige bezwaren nog steeds bestaan.
De ernstige bezwaren zijn gebaseerd op onder meer chatberichten, foto’s en observaties die duiden op betrokkenheid van verdachte bij een crimineel samenwerkingsverband en drugshandel. In een in Spanje aangetroffen telefoon van verdachte werden notities gevonden die wijzen op activiteiten binnen het criminele netwerk, waaronder een adres dat vermoedelijk werd gebruikt voor opslag van drugs. Observaties bevestigen bewegingen van verdachte en een medeverdachte naar dat pand.
De rechtbank weegt de bewijsmiddelen in deze fase als voldoende ernstig, ondanks het verweer van de raadsman dat chatberichten alleen onvoldoende zijn. Ook de recidivegrond is aan de orde gelet op het lucratieve karakter van de drugshandel en het criminele samenwerkingsverband. De rechtbank baseert zich op de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering en beveelt de gevangenhouding voor 90 dagen.