Uitspraak
Artikel 4.8. Wellness
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres, een vennootschap onder firma die een wellnesscentrum exploiteert, werd geconfronteerd met een besluit van de burgemeester tot spoedeisende bestuursdwang, inhoudende de sluiting van haar pand wegens vermeende overtreding van COVID-19 maatregelen. Politierapporten van controles op 20 en 23 december 2020 meldden aanwezigheid van gasten en werknemers, waarop de burgemeester de sluiting tot 19 januari 2021 oplegde en later verlengde.
Eiseres stelde dat zij voldeed aan artikel 4.8 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm), dat specifieke voorwaarden stelt voor wellnesscentra, zoals reserveringen voor maximaal vier personen en het uitvoeren van gezondheidschecks. Verweerder betoogde dat wellnesscentra niet in de lijst van uitzonderingen in artikel 4.a1 Trm voorkomen en daarom gesloten moesten zijn, en dat niet aannemelijk was dat eiseres aan de voorwaarden van artikel 4.8 voldeed.
De rechtbank stelde vast dat artikel 4.8 Trm specifiek over wellnesscentra gaat en dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiseres niet aan de voorwaarden had voldaan. Het politierapport vermeldde geen overtredingen van reserverings- of gezondheidscheckverplichtingen. Daarom was de burgemeester niet bevoegd tot bestuursdwang. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot sluiting van het wellnesscentrum.