Op 2 november 2019 heeft verdachte tijdens een festival in Eindhoven het slachtoffer onverwachts en met kracht een stomp in het gezicht gegeven. Dit heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel, waaronder een gebroken oogkas, jukbeenderen, neus en blijvende oogschade met visusverlies.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte, een getrainde vechtsporter, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn stomp zwaar lichamelijk letsel zou veroorzaken, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet. Het beroep op noodweer wordt verworpen omdat er geen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding en de reactie van verdachte niet proportioneel was.
De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met het blanco strafblad en het feit dat verdachte bereid is schade te vergoeden. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van € 36.558,63 aan materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente, en wordt een schadevergoedingsmaatregel met gijzeling van maximaal 217 dagen opgelegd.