Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
geenrechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker, betrokken als partij in een kantonzakenprocedure, heeft bij brief van 10 januari 2022 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter mr. M. van den Brink. De rechtbank beoordeelt dit verzoek op grond van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant.
Uit een eerdere beslissing van 20 juli 2021 is gebleken dat het eerdere wrakingsverzoek van verzoeker ongegrond was en dat wegens misbruik een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zou worden genomen. Op basis hiervan verklaart de rechtbank het huidige wrakingsverzoek niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
De rechtbank wijst verzoeker tevens op de mogelijkheid dat de rechter kan besluiten een wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen, zoals bepaald in het wrakingsprotocol. Tegen deze beslissing staat beroep open volgens artikel 39, vijfde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens eerder vastgesteld misbruik.