De minderjarige [X] is sinds 16 september 2020 onder voogdij gesteld van Jeugdbescherming Brabant en verblijft momenteel op een besloten groep bij een instelling voor jeugdhulp. Door een tekort aan behandelruimte in de jeugdzorg is het voor [X] niet mogelijk om tijdig door te stromen naar een passende open behandelgroep. De GI heeft een plek gevonden bij een andere instelling, maar deze is pas eind 2022 beschikbaar.
De GI verzoekt daarom om een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van twee maanden, zodat [X] kan blijven verblijven op de gesloten groep. De minderjarige begrijpt het verzoek en geeft aan liever te blijven waar hij nu is dan tijdelijk naar een andere crisisplek te gaan.
De kinderrechter oordeelt dat een machtiging gesloten jeugdhulp alleen kan worden verleend indien dit noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- of opvoedproblemen die de ontwikkeling ernstig belemmeren en om te voorkomen dat de jeugdige niet meewerkt aan de hulp of dat anderen verhinderen dat hij deze hulp krijgt. Gezien de problematiek van [X] en het ontbreken van een passende open plek, is het niet in zijn belang om te verplaatsen naar een crisisgroep. Daarom wordt de machtiging voor twee maanden verleend, ondanks de zorgelijke situatie dat gesloten jeugdhulp niet als wachtkamer mag dienen.