ECLI:NL:RBOBR:2022:1996
Rechtbank Oost-Brabant
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring vonnis wegens niet-bekendheid met wrakingsverzoek
Op 31 maart 2022 vond een mondelinge behandeling plaats in een civiele zaak tussen eiser en gedaagde. Aan het einde van deze zitting werd bepaald dat het vonnis op 28 april 2022 zou worden gewezen. Direct na de mondelinge behandeling diende gedaagde een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter, dat tijdig werd ingediend.
Volgens artikel 37 lid 5 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering had de zaak onmiddellijk geschorst moeten worden na het indienen van het wrakingsverzoek en aangehouden moeten worden totdat hierover was beslist. Dit is echter niet gebeurd; noch de kantonrechter, noch de griffie, noch de wrakingskamer waren op 28 april 2022 op de hoogte van het wrakingsverzoek.
Daarom is het vonnis van 28 april 2022 ten onrechte gewezen en wordt dit vonnis vervallen verklaard. De zaak wordt geschorst en aangehouden totdat de wrakingskamer een beslissing heeft genomen over het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het vonnis van 28 april 2022 wordt vervallen verklaard en de zaak wordt aangehouden totdat op het wrakingsverzoek is beslist.