ECLI:NL:RBOBR:2022:2282
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie op basis van gezinsinkomen en draagkracht ouders
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie voor het kind van partijen, waarbij de vrouw een bedrag van €455 per maand vorderde en de man slechts €2,76 kon betalen.
Partijen hadden vooraf een voorlopige bijdrage van €200 afgesproken. De rechtbank hanteerde als uitgangspunt het gezinsinkomen uit 2017, het jaar waarin partijen samenwoonden, om de behoefte van het kind te bepalen. De behoefte werd vastgesteld op €646 per maand, gebaseerd op Nibud-tabellen en inflatiecorrectie.
De draagkracht van de man werd berekend op €864 per maand en die van de vrouw op €330 per maand, rekening houdend met hun netto besteedbare inkomens en forfaitaire woonlasten. De vrouw kon vanwege ziekte geen hogere verdiencapaciteit worden toegerekend.
De rechtbank paste een zorgkorting van 25% toe, omdat het kind gemiddeld twee dagen per week bij de man verblijft, wat resulteerde in een vermindering van de bijdrage van de man met €162. Uiteindelijk werd de kinderalimentatie vastgesteld op €305 per maand, te betalen vooruit en uitvoerbaar bij voorraad. Proceskosten worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De man moet vanaf de datum van de beschikking €305 per maand kinderalimentatie betalen aan de vrouw.