ECLI:NL:RBOBR:2022:2510
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in gemeente Geldrop-Mierlo
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in de gemeente Geldrop-Mierlo, vastgesteld op €562.000 per waardepeildatum 1 januari 2019.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd. Tijdens de zitting heeft de rechtbank het verweerschrift van de heffingsambtenaar betrokken, ondanks dat de gemachtigde van eiser dit niet vooraf had bestudeerd en bewust had besloten niet te reageren.
De rechtbank oordeelt dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn met de woning en dat de waardebepaling van de heffingsambtenaar niet op onjuiste uitgangspunten berust. Het door eiser overgelegde matrixrapport is onvoldoende onderbouwd en weegt minder zwaar.
Daarom is het beroep ongegrond en blijft de vastgestelde WOZ-waarde gehandhaafd. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en wordt niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €562.000 blijft gehandhaafd.