ECLI:NL:RBOBR:2022:2624
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet
Verzoekster, een autoverhuurbedrijf gevestigd te [plaats], verkeert sinds enkele jaren in financiële moeilijkheden door corona en een chiptekort, waardoor de verhuuractiviteiten verlieslatend werden. Zij heeft haar bedrijfsvoering aangepast door afgiftelocaties te sluiten en zich te richten op verhuur van bedrijfswagens, waarmee zij een positief resultaat behaalt. Verzoekster wil haar schulden saneren via een besloten akkoordprocedure buiten faillissement en heeft een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro gedeponeerd.
Op 27 mei 2022 verzocht verzoekster om een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw Pro van vier maanden, om zo de onderneming tijdens de onderhandelingen over het akkoord te kunnen voortzetten en faillissement te voorkomen. De rechtbank behandelde het verzoek in raadkamer en concludeerde dat aan de voorwaarden voor toewijzing was voldaan. De belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn gediend bij de afkoelingsperiode, omdat een akkoord betere voorwaarden biedt dan een faillissement.
De rechtbank constateerde dat een schuldeiser al een faillissementsverzoek had ingediend, waardoor de afkoelingsperiode noodzakelijk is om de WHOA-procedure niet te doorkruisen. De rechtbank achtte aannemelijk dat verzoekster haar lopende verplichtingen kan voldoen en dat geen schuldeiser wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad. Daarom werd het verzoek toegewezen en een afkoelingsperiode van vier maanden afgekondigd, ingaande 21 juni 2022.
Uitkomst: Verzoek tot afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet wordt toegewezen voor vier maanden.