Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
.
en/of
vervolgens
waardoor die [slachtoffer 35] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
De geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid van de rechtbank.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
(ECLI: NL: HR: 2020:1890), waarin een verruiming ten aanzien van
(feit 3)
‘een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd.’Deze inbreuk moet dan de procedure in volle omvang raken.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
niet-ontvankelijkin de vervolging.