ECLI:NL:RBOBR:2022:2666
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- B.C.W. Geurtsen
- W. Heijninck
- A.A.M. Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid na getuigenverzoek
Op 7 juni 2022 behandelde de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant het verzoek van een verdachte om wraking van drie rechters wegens vermeende vooringenomenheid. De verdachte stelde dat de rechtbank onpartijdigheid schond door het verzoek om de hoofdofficier van justitie als getuige te horen af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid, en dat een onjuiste tussenbeslissing geen grond voor wraking is. Het oordeel over de juistheid van die beslissing behoort toe aan de rechter die de zaak inhoudelijk behandelt.
De wrakingskamer bevestigde dat de stelling dat de rechtbank artikel 6 EVRM Pro zou schenden geen aanleiding geeft tot wraking omdat dit een inhoudelijk oordeel vergt dat niet aan deze kamer toekomt.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek ongegrond. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en afgewezen.