Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 februari 2022 in de zaak tussen
en Stichting Milieuwerkgroep Kempenland, te Bergeijk, eisers
[derde-partij](gemachtigde: mr. J. van Groningen).
Procesverloop
Overwegingen
210 kraamzeugen, 705 guste/drachtige zeugen, 24 beren, 3.569 vleesvarkens en 8 paarden. De veehouderij beschikte hiermee over een omgevingsvergunning die, op grond van
artikel 1.2, eerste lid, van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu. De omgevingsvergunning van 29 oktober 2010 is op 6 november 2018 ambtshalve gewijzigd. De bestaande bepalingen over energieverbruik zijn daarbij vervallen en een aantal energiebesparingsvoorschriften is toegevoegd.
heer [naam] niet worden meegewogen in de te maken belangenafweging.
23 december 2020 heeft veroordeeld tot het nakomen van de verzekeringsovereenkomst en, in afwachting van een bindend advies over de hoogte van de schade, een voorschot moet betalen. Daarmee is de financiële positie van de heer [naam] zodanig verbeterd dat het reëel is dat hij opnieuw varkens gaat houden.
€ 759,00).
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,00 aan eisers te vergoeden;
mr. J.H.G van den Broek, leden, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 1 februari 2022.