De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie tussen de man en vrouw, ouders van twee minderjarige kinderen. De man verzocht om verlaging van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder zijn verslavingsproblematiek en inkomensverlies. De vrouw stemde in met een eerste verlaging, maar niet met het aanvullende verzoek tot een zeer laag bedrag.
Na beoordeling van de draagkracht en behoefte van de kinderen, waarbij rekening werd gehouden met het gezinsinkomen uit 2011 en de actuele inkomens van beide ouders, oordeelde de rechtbank dat de man een deel van de alimentatie moest blijven betalen. De rechtbank stelde een bedrag van €37 per kind per maand vast voor de periode van 1 september 2021 tot 30 juni 2022 en €67 per kind per maand vanaf 1 juli 2022.
De rechtbank acht het inkomensverlies van de man niet verwijtbaar vanwege zijn verslavingsproblematiek en de risico's verbonden aan zijn medische beroepsuitoefening. De vrouw’s tijdelijke urenuitbreiding werd niet als inkomensverlies gezien. De alimentatie is uitvoerbaar bij voorraad en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.