Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De beoordeling van het ten laste gelegde
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juli 2022;
- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] op 18 januari 2022 opgenomen door [verbalisant 1] [pag. 44-49].
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
legt op de volgende straf:
werkstrafvoor de duur van
140 urensubsidiair 70 dagen jeugddetentie met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
jeugddetentievoor de duur van
3 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 2 jaren
en stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- veroordeelde zich gedurende een door Jeugdbescherming Brabant te Helmond, afdeling jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht en de aanwijzingen van de jeugdreclassering zal volgen;
- veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en alcohol en ten behoeve van de naleving van dit verbod zal meewerken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;
- veroordeelde gedurende de proeftijd zal verblijven in een gastgezin, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- veroordeelde gedurende de proeftijd mee zal werken aan systeemtherapie van Pactum en aan eventueel onderzoek en aan hulpverlening die de jeugdreclassering nodig acht.
legt op de volgende maatregel:
verplichting tot betalingaan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 1.564,20, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van 0 dagen;
beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van € 1.564,20, bestaande uit € 64,20 materiële schadevergoeding en € 1.500,- immateriële schadevergoeding, het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van het beslag
verbeurdverklaringvan de inbeslaggenomen goederen, te weten: 2 messen (aangetroffen in sloot)