Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 april 2022 met 7 producties;
- de brief van mr. de Hondt-Buijs van 24 mei 2022 met de producties 8 tot en met 11;
- de mondelinge behandeling op 25 mei 2022;
- het kort geding is ter zitting voor de duur van enkele weken aangehouden, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen onderling een regeling te bereiken. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter aan partijen medegedeeld dat de zoon van partijen, [zoon] , nog zal worden gehoord in het geval partijen niet tot een regeling zijn gekomen;
- partijen hebben geen regeling kunnen bereiken en de voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 2022;