ECLI:NL:RBOBR:2022:3227
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek minderjarige tot vermindering contact met vader wegens onprettige omgang
De minderjarige [X], wonende bij zijn moeder en met omgangsrecht bij zijn vader in het weekend, verzocht de rechtbank om te bepalen dat hij niet meer of slechts sporadisch contact met zijn vader hoeft te hebben. [X] gaf aan dat hij het niet prettig vindt bij zijn vader vanwege schreeuwen en kleineren, waaronder het noemen van 'dom kind' en negatieve uitspraken over zijn toekomst.
De rechtbank voerde gesprekken met [X], zijn ouders en de raad voor de kinderbescherming. Uit deze gesprekken bleek dat de relatie tussen de ouders al lange tijd slecht is, wat de omgang tussen [X] en zijn vader bemoeilijkt. De ouders begroeten elkaar niet en communiceren niet, wat een negatieve invloed heeft op [X]. De vader reageert gefrustreerd en boos, wat leidt tot een negatieve spiraal.
De rechter overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat het niet goed is om het contact met een ouder te verliezen, ook niet als de omgang soms lastig is. Problemen binnen de omgang moeten worden besproken, eventueel met hulp van een hulpverlener. Ook is het belangrijk dat de moeder het contact van [X] met zijn vader ondersteunt en dat ouders elkaar respectvol behandelen.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek van [X] niet in zijn belang is en wees het af. [X] moet het contact met zijn vader blijven onderhouden, omdat dit het beste is voor zijn welzijn en ontwikkeling.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige om minder of geen contact met zijn vader te hebben wordt afgewezen; het contact blijft gehandhaafd.