Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.Inleiding
3.De feiten
De aanbestedingsprocedure
(gebreken die worden ontdekt na de feitelijke datum van oplevering; rechtbank)is de Opdrachtnemer verantwoordelijk voor elk gebrek in het Werk dat niet krachtens de wet, de Overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen aan de Opdrachtgever kan worden toegerekend.
de Opdrachtgever; rechtbank) onverwijld schriftelijk en gemotiveerd aan de Opdrachtnemer mee binnen welke termijn hij dat wel zal doen.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Internationaal Privaatrecht (IPR)
op basis van DB 2.0op te stellen en op de voet van § 15 UAV-GC 2005 ter acceptatie in te dienen. Het plan voor DB 2.0 was gemaakt op basis van de Procesafspraken, maar die waren verlopen zodat het Waterschap daarvan geen nakoming meer kon en kan vorderen. Dat betekent dat het Besix vrij staat om DB 2.0 te vervangen door een andere (wellicht goedkopere) oplossing, zolang die oplossing maar zoveel mogelijk zal voldoen aan de eisen uit de Vraagspecificatie. Overigens merkt de rechtbank hierbij op dat door Besix niet is gesteld en dat ook niet gebleken is dat zo’n alternatief voor DB 2.0. thans voorhanden is. De rechtbank zal Besix daarom in de gelegenheid stellen om op te geven of zij verwacht dat zij een reëel alternatief kan ontwikkelen. Mocht dat niet zo zijn, dan ligt het voor de hand dat wordt voortgegaan met DB 2.0.
influentmet de in de toelichting opgenomen tabel en de in de bijlage 20 en bijlage 25 genoemde aanvoerkarakteristiek en samenstelling (inclusief de daarin te verwachten spreiding) te kunnen ontvangen, zuiveren en afvoeren
.”.
N-inert(organisch opgelost stikstof)
in het effluent(prod. B-95, 8ste nota van inlichtingen). Het Waterschap heeft ten tijde van de aanbesteding gesteld dat het niet over meer informatie beschikte. In zijn geheel staat er:
Dat de in de vraagspecificatie opgegeven influentsamenstelling in enige mate afwijkt van de uitgangspunten die zijn gebruikt voor het opstellen van de vraagspecificatie,
“
Voorliggend onderzoek heeft aangetoond dat het monsternamepunt van het influent, zoals dat door [Besix] gerealiseerd is, onvoldoende representatieve meetwaarden heeft gegenereerd. Analyses van dit monsternamepunt hebben te hoge waarden geven. Gebleken is dat dit veroorzaakt wordt, doordat afvalwater vanuit de terreinriolering terugstroomde naar het monsternamepunt en zodoende de bemonstering beïnvloedde. Na verplaatsing van het instroompunt van de terreinriolering geeft de monstername door de [Besix] een representatief beeld van het berekende influent.”.
Er is in dit rapport gekeken naar de invloed van de locatie voor het bemonsteren van het influent van RWZI 's -Hertogenbosch. Hiervoor zijn er twee locaties met elkaar vergeleken, beide bemonsteringslocaties bevinden zich in de verzamelgoot van de zandvangers.
destijdsjuist waren; het gaat Besix namelijk om de situatie na gunning. Eventuele afwijkingen op het gebied van de hoeveelheid zwevende stof is vermeld bij Tabel 1 van Eis ID0.1 op pagina 4 van de Vraagspecificatie (prod. B-4).
Die aanvankelijke juistheid van de verstrekte gegevens neemt echter niet weg dat de waardes van het influent in de loop der jaren aan een wezenlijke wijziging onderhevig kunnen zijn geweest. De vraag is dan welke consequenties dit heeft voor de verhoudingen tussen partijen.
Door ondertekening van deze Overeenkomst verklaart de Opdrachtnemer dat hij zich in
alleinformatie die door haar aan de opdrachtnemer ter beschikking is gesteld, voor rekening van het Waterschap komt. Dit gaat blijkens de officiële toelichting immers ook om informatie die het niet noodzakelijkerwijs aan de opdrachtnemer had hoeven verstrekken. De rechtbank is daarom van oordeel dat op grond van de mededeling van het Waterschap dat er geen historische gegevens waren, Besix redelijkerwijs ook niet meer naar dergelijke historische gegevens hoefde te zoeken. Dat het ontwerp is geijkt op 0.5 – 1.5 mg/l en niet 1.7 mg/l, komt daarmee voor rekening en risico van het Waterschap. Artikel 22.6 van de basisovereenkomst maakt dit niet anders. Besix mocht er immers gerechtvaardigd vanuit gaan dat zij op het punt van N-inert voldoende door het Waterschap was geïnformeerd.
te blijvenlozen op de RWZI. De anti-afhaaksubsidie heeft daarom geen gevolg gehad voor de influentsamenstelling. Dat wordt bevestigd in de notitie van [A] (prod. W-201): “Het afvalwater van [I] maakt integraal deel uit van het influent en is dus als zodanig opgenomen in de Vraagspecificatie. Dus kan niet geconcludeerd worden dat het afvalwater van [I] van significante invloed op de influentsamenstelling noch op de spreiding van de waarden.”
.
Wij constateren dat de Combinatie bevestigt een aantal van haar openstaande verplichtingen alsnog en binnen de gestelde termijnen te zullen voldoen. Wij stellen tegelijkertijd vast dat dit slechts marginaal is en dat de meest wezenlijke van de prestaties waartoe Aa en Maas uw cliënte heeft gesommeerd kennelijk blijvend uitblijven. Ter zake behoudt mijn cliënte alle rechten voor. (W-40);
6.De beslissing
28 september 2022, waarna iedere partij op de rol van zes weken later een antwoordakte kan nemen waarin wordt gereageerd op de akte van de andere partij,