Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
geenrechtsmiddel open (artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb).
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. S.D.M. Michael, rechter in de rechtbank Oost-Brabant, na een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening. Het oorspronkelijke verzoek betrof het schorsen van een besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, waarin verzoeker voor een jaar werd geweigerd als gemachtigde.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat het is ingediend nadat de rechter de einduitspraak in de hoofdzaak had gedaan. Volgens artikel 5, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant en de geldende wetgeving is wraking na een einduitspraak niet mogelijk.
De wrakingskamer heeft daarom het verzoek zonder mondelinge behandeling afgewezen en verklaard niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter J.O.Y. Elagab en leden C.T.C. Wijsman en G.J. Roeterdink.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.