ECLI:NL:RBOBR:2022:4040
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na mondelinge einduitspraak in uithuisplaatsingszaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de mondelinge einduitspraak deed in een zaak over de uithuisplaatsing van zijn zoon. Dit verzoek werd ingediend tijdens de zitting van 16 juni 2022, nadat de rechter haar oordeel had uitgesproken en de machtiging tot uithuisplaatsing had verleend.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de wet en het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant niet voorzien in wraking na het doen van een einduitspraak. Het verzoek was derhalve te laat ingediend.
De wrakingskamer besloot het verzoek zonder inhoudelijke behandeling af te wijzen en verwees naar het wettelijke recht op mondelinge behandeling, dat hier niet van toepassing was omdat het verzoek niet ontvankelijk was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de mondelinge einduitspraak is ingediend.