Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding
- het tegen gedaagden verleende verstek.
2.De beoordeling
1.114,00(1,0 punt × tarief € 1.114,00)
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiseres betaling van onbetaalde facturen en beslagkosten van gedaagden, die niet zijn verschenen in de procedure. De rechtbank stelt vast dat de vordering gegrond is op grond van de overeenkomst van opdracht en het bepaalde in artikel 706 Rv Pro.
De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 37.952,41 respectievelijk € 40.737,50 aan eiseres, vermeerderd met wettelijke rente over de openstaande bedragen vanaf 30 dagen na ontvangst van de factuur en vanaf 15 augustus 2022 voor de overige bedragen. Tevens worden de beslagkosten van € 2.131,00 en proceskosten van € 3.378,33 aan eiseres toegewezen, eveneens met wettelijke rente.
De nakosten na dit vonnis worden begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, met een mogelijke verhoging bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, beslagkosten en proceskosten met wettelijke rente.