ECLI:NL:RBOBR:2022:4391
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over concurrentiebeding en commissievorderingen tussen werkgever en werkneemster
Deze civiele zaak draait om de vraag of werkneemster het concurrentiebeding met haar werkgever, SRAI, heeft overtreden door in dienst te treden bij een concurrent, Blue Yonder, en of zij op grond daarvan contractuele boetes verschuldigd is. Daarnaast is in geschil of werkneemster ontvangen commissie moet terugbetalen of aanspraak heeft op achterstallige commissie.
De rechtbank stelt vast dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is, maar dat SRAI onvoldoende heeft onderbouwd dat werkneemster daadwerkelijk concurrerende activiteiten verricht binnen het geografische gebied van het beding. De vorderingen van SRAI op dit punt worden afgewezen en de verklaring voor recht dat geen overtreding heeft plaatsgevonden wordt toegewezen.
Ten aanzien van de commissie over 2019 voor een contract met Abu Dhabi Coop oordeelt de rechtbank dat SRAI de commissie niet onverschuldigd heeft betaald en dat terugvordering niet gerechtvaardigd is, mede vanwege het ontbreken van een adequaat incassobeleid en het belang van goed werkgeverschap. Werkneemster krijgt daarnaast achterstallige commissie toegewezen over de jaren 2018 tot en met 2021, waaronder een bedrag van €139.575,62 voor een nieuwe overeenkomst met Albert Heijn, met toekenning van wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 25%. Andere commissievorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of rechtsverwerking.
Tot slot veroordeelt de rechtbank SRAI in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkneemster overtreedt het concurrentiebeding niet; werkgever moet achterstallige commissies betalen en kan commissie 2019 niet terugvorderen.