De kinderrechter heeft op 18 oktober 2022 een beschikking gegeven over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. Op 6 oktober 2022 was een spoedmachtiging verleend voor vier weken, maar de kinderrechter oordeelde dat deze ten onrechte was verleend omdat er al een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing van 30 augustus 2022 bestond die dezelfde plaatsing dekte.
De gecertificeerde instelling (GI) stelde dat een spoedmachtiging noodzakelijk was omdat de crisisgroep alleen kinderen met een spoedmachtiging wilde toelaten. De rechter vond dit echter niet voldoende reden om een nieuwe machtiging te verlenen, aangezien de bestaande reguliere machtiging toereikend was.
De spoedmachtiging werd daarom herroepen, maar dit betekende niet dat de kinderen terug naar huis mochten; de lopende reguliere machtiging bood nog steeds een rechtsgeldige basis voor uithuisplaatsing.
Verder wees de kinderrechter het verzoek van de GI af om een machtiging te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 30 augustus 2023, omdat de huidige machtiging nog geldig was tot 27 februari 2023 en het nog te vroeg was om over een verlenging te beslissen. De beoordeling van een verlenging dient pas vlak voor het verstrijken van de huidige machtiging plaats te vinden.
De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk bevestigd, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.