Eisers zijn eigenaar van percelen waarop zij een onderneming exploiteren, grenzend aan het perceel van gedaagde met een bedrijfsloods waarvan het dak bestaat uit asbesthoudende golfplaten. Door een gebrekkige hemelwaterafvoer stroomt regenwater van het dak van de loods van gedaagde af op het terrein van eiseres. Inspecties tonen aan dat het dak in slechte staat verkeert met scheuren, mosbegroeiing en loslatende asbesthoudende schilfers die via de dakgoot op het terrein van eiseres terechtkomen.
Eisers vorderen in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om binnen korte termijn maatregelen te treffen die de vervuiling met asbest en het lozen van hemelwater op het terrein van eiseres beëindigen. Gedaagde betwist de ernst van de situatie en stelt dat er geen onveilige situatie is vastgesteld en dat het dak pas in 2024 vernieuwd zal worden.
De voorzieningenrechter acht op basis van de rapporten van Tritium en een asbestinventarisatie voldoende aannemelijk dat asbestvezels via het dak en de dakgoot op het terrein van eiseres terechtkomen en dat dit onrechtmatige hinder oplevert. Ook het lozen van hemelwater veroorzaakt verzakkingen en schade aan de terreinverharding van eiseres. Gelet op de aard en ernst van de hinder en de risico’s voor de gezondheid van medewerkers en bedrijfsvoering, is er een spoedeisend belang bij het treffen van maatregelen.
De rechtbank veroordeelt gedaagde om uiterlijk 31 januari 2023 maatregelen te treffen die de asbestvervuiling en wateroverlast beëindigen, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag ter vergoeding van kosten en de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.