Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 november 2022 in de zaak tussen
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (het college)
Inleiding
- namens het college: de gemachtigden, [naam] , [naam] , [naam] en deskundigen van de Brandweer Brabant Noord (brandweer) ( [naam] en
).
Beoordeling door de rechtbank
De Rietvelden, perceel [adres] een schrootverwerkingsbedrijf. Op het perceel rust in het bestemmingsplan “Bedrijventerrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld” de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 5.1’.
.Er zijn ook diverse voorschriften en beperkingen aan de vergunning verbonden, waaronder voorschriften over de registratie van afvalstoffen (voorschrift 5.1.1), over opslag en verlading (hoofdstuk 11) en over schroot (hoofdstuk 12). In de voorschriften is geen maximale opslagcapaciteit bepaald. Wel is in voorschrift 11.7.1 bepaald dat de opslag van autowrakken, schroot, metalen en geshredderd schroot niet hoger mag zijn dan maximaal 15 meter boven het niveau van de terreinverharding.
In de vergunning worden bedenkingen van Stichting Rivu over de forse toename van bewerkingscapaciteit behandeld. Het college heeft hierop het volgende geantwoord: “we zijn met reclamant van mening dat er een forse toename is van verwerkingscapaciteit. Deze toename wordt mogelijk gemaakt door het plaatsen van een nieuwe shredderinstallatie. Hierdoor wordt het mogelijk om binnen dezelfde bedrijfsuren met dezelfde geluidsbelasting een grotere hoeveelheid materiaal te verwerken.”.
(SHE 22/2284).
(SHE 22/1809). Dit beroep is gericht tegen de last met betrekking tot niet naleving van het vergunningvoorschrift. Hierop wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan. AVI heeft met betrekking tot de overige lasten beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (Afdeling). De Afdeling heeft nog geen uitspraak gedaan.
- het plaatsen van keerwanden voor de opslag van schroot (plaatsen van legioblokken);
- het verduidelijken van de partijen schroot tussen de keerwanden en de clusters op het middenterrein (werkvoorraad);
- het creëren van een bufferruimte/uitrijdlocatie op het terrein;
- het herzien van de afspraken met toeleveranciers en de procedures voor ontvangst en controle in het gewijzigde Acceptatie- en Verwerkingsbeleid (A&V beleid).
Gebleken is dat de aanvraag ook betrekking heeft op een uitbreiding van het eerder aantal gewenste compartimenten en het voorzien van de compartimenten van een blusinstallatie. Hiervoor is een aanvulling op het eerder gemaakte brandveiligheidsrapport toegevoegd aan de aanvraag (Nota van aanvulling-Risico op brandoverslag d.d. 4 februari 2022). De brandweer heeft vastgesteld dat uit de nieuwe aanvraag blijkt dat er veel grotere hoeveelheden kunnen worden opgeslagen dan vergund. Dat is in strijd met de gemaakte afspraken en maakt dat bij het verlenen van de vergunning voor deze veranderingen de bestaande onoverzichtelijke situatie verder wordt vergroot. Omdat sprake is van een onoverzichtelijke vergunningssituatie, die met de onderhavige aanvraag alleen maar zou worden vergroot, vindt het college een revisievergunning nodig. Gelet hierop moet de aanvraag op grond van artikel 2.6, tweede lid, van de Wabo, buiten behandeling worden gelaten. AVI heeft meerdere keren gelegenheid gehad om datgene aan te vragen waarvoor het college de mogelijkheid zag om dat buiten een revisietraject om te doen. Wat nu is aangevraagd, reikt veel verder en leidt tot ingrijpende wijziging van de inrichting, wat het aanvragen van een revisievergunning noodzakelijk maakt.
SHE 22/1365:
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. A.L.M. Steinebach- de Wit en mr. W.S. Badri, leden, in aanwezigheid van
mr.A.G.M. Willems, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022.