Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
[naam]en
[naam]uit [woonplaats] , eigenaren en bewoners van het perceel [adres] ,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Verzoek om handhaving
Misbruik van procesrecht?
Gelet op een luchtfoto van Google die tijdens de zitting aan partijen is getoond en die door partijen niet wordt betwist, ligt het perceel aan de rand van de bebouwde kom in een straat met aan één kant vrijstaande woningen en relatief grote en diepe percelen. Aan de andere kant van de straat ligt een woonwijk. Het perceel grenst aan de westkant aan het perceel van eiser. Aan de achterkant van het perceel - waar de paarden worden bereden - bevindt zich een spoorlijn en begint het buitengebied. Los van de vraag wat de exacte oppervlakte is van het deel van het perceel waar het houden en berijden plaatsvindt, betreft het een relatief diep perceel waar de betreffende paarden in het achterste deel onder een overkapping kunnen verblijven (paddock) maar ook uit eigen beweging naar voren kunnen lopen en in het met schriklint en palen omheinde middengedeelte (rijbak) kunnen verblijven. Het berijden vindt plaats op het middendeel. Tussen de afrastering en de perceelsafscheiding/heg van circa 2,25 meter hoog bevindt zich een smalle strook grond. Door de eigenaren van het perceel is de heg ter hoogte van de rijbak voorzien van heidematten om doorkijk naar het perceel van eiser te voorkomen. De paarden schuilen en overnachten onder een open overkapping. Ter hoogte van het gedeelte waar de dieren worden bereden, is geen sprake van woonbebouwing op het naastgelegen perceel van eiser. De paarden worden meerdere dagen van de week bereden. De pony wordt door een jong meisje uit de buurt gereden zonder betaling. Op het grotere paard rijdt de bewoonster van de woning.
de paarden worden bereden aan de achterkant van het perceel. Weliswaar is de omvang van de paardrijbak voor een woonperceel niet onaanzienlijk, vast dat het gaat om een perceel aan de rand van de bebouwde kom in een straat met aan één kant vrijstaande woningen en relatief grote en diepe percelen. Aan de achterkant van het perceel - waar de paarden rijden - bevindt zich een spoorlijn en begint het buitengebied. Verder grenst de paardenbak niet direct aan de woning van eiser en het aangrenzende terras.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
30 november 2022.