Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
de officier van justitie bij het functioneel parket is belast met de vervolging van de hierna te noemen
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van mensensmokkel door het behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf aan een persoon zonder legale verblijfsstatus. Het onderzoek startte na een anonieme melding en een controle door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid van het functioneel parket en de rechtbank Oost-Brabant gegrond was.
De bewijslast werd voornamelijk gedragen door verklaringen van het slachtoffer en getuigen, die werden bevestigd door tegenstrijdige verklaringen van de vertegenwoordiger van verdachte, die probeerde de identiteit van het illegale personeelslid te verhullen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte behulpzaam was bij het illegale verblijf door het laten werken van de persoon in haar bedrijf.
Echter, de rechtbank stelde vast dat het bewezen verklaarde feit niet strafbaar was omdat het feit onder een bijzondere strafbepaling (artikel 197b Sr) valt die een systematische specialis is van artikel 197a Sr. Omdat de tenlastelegging was toegesneden op artikel 197a Sr en niet op artikel 197b Sr, kon het feit niet passend worden gekwalificeerd. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het bewezen feit niet strafbaar is volgens artikel 197b Sr.