Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
De formele voorvragen.
Bewijs
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
€ 20.000,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 1] komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
€ 25.000,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .
€ 15.000,00 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 3] komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van[slachtoffer 1], van een bedrag van € 20.385,00, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 136 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2], van een bedrag van € 20.385,00, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 136 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van[slachtoffer 3], van een bedrag van € 15.385,00, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 111 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.