ECLI:NL:RBOBR:2022:5549
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname aan criminele organisatie met valsheid in geschrifte in agrarische sector
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich schuldig maakte aan valsheid in geschrifte en andere strafbare feiten binnen een agrarisch adviesbureau. Verdachte was bestuurder van het bedrijf en vormde samen met medebestuurders een organisatie die de wet op diverse punten overtrad om klanten financieel voordeel te verschaffen.
Verdachte werd vrijgesproken van feitelijk leidinggeven aan de afzonderlijke gevallen van valsheid in geschrifte (feit 1 tot en met 6), omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij actief leiding gaf of op de hoogte was van de concrete strafbare feiten. Wel werd vastgesteld dat verdachte deel uitmaakte van een criminele organisatie met het oogmerk misdrijven te plegen.
De rechtbank oordeelde dat binnen het adviesbureau een bedrijfscultuur bestond waarin wetsovertredingen werden genormaliseerd en dat verdachte mede verantwoordelijk was voor het in stand houden daarvan. De straf bestaat uit een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van drie jaar, waarin verdachte geen advieswerkzaamheden in de agrarische sector mag verrichten.
De zaak omvatte een uitgebreid onderzoek met meerdere zittingen en getuigenverklaringen. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar vond dit gelet op de complexiteit van de zaak niet reden voor strafvermindering.
De uitspraak benadrukt het belang van integriteit in agrarische advisering en het tegengaan van georganiseerde fraude binnen deze sector.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een verbod op agrarisch advies gedurende de proeftijd.