Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
- 8 juni 2020 voor een bedrag van € 4.585,90;
- 9 juni 2020 voor een bedrag van € 457,23;
- op 18 juni 2020 voor een bedrag van € 74,05;
- 24 juni 2020 voor een bedrag van € 936,46;
- 14 september 2020 voor een bedrag van € 135,52;
- 18 september 2020 voor een bedrag van € 205,70;
- 18 september 2020 voor een bedrag van € 9.268,50;
- 24 september 2020 voor een bedrag van € 464,64;
- 30 september 2020 voor een bedrag van € 546,92;
- 16 oktober 2020 voor een bedrag van € 763,17;
- 16 oktober 2020 voor een bedrag van € 164,56;
- 20 oktober 2020 voor een bedrag van € 1.171,76.
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling
,Echter, slechts de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro is toewijsbaar over de buitengerechtelijke incassokosten omdat de artikelen 6:119a en 6:119b BW alleen zien op vorderingen tot betaling van het op grond van de overeenkomst verschuldigde (en de buitengerechtelijke incassokosten vermogensschade betreffen) zodat deze bepalingen niet van toepassing zijn op een vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten.
Tot de toewijsbare verschotten behoort niet het griffierecht dat Semtex is verschuldigd voor het beslagrekest. Het voor het beslagrekest verschuldigde griffierecht is namelijk ambtshalve in mindering gebracht op het griffierecht van de bodemprocedure.