Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
- [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] , en;
- [minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
Rechtbank Oost-Brabant
De man en vrouw zijn van 2013 tot 2021 getrouwd en hebben twee minderjarige kinderen. In de echtscheidingsbeschikking van mei 2021 werd partneralimentatie vastgesteld op €242 bruto per maand, met kinderalimentatie per kind. De man verzoekt wijziging van de partneralimentatie naar nihil per juli 2022, stellende dat zijn arbeidsongeschiktheid en inkomen zijn gewijzigd en dat de vrouw haar werkuren kan uitbreiden.
De vrouw verzet zich tegen het verzoek en betwist dat zij haar uren kan uitbreiden of dat de man niet kan betalen. Zij stelt dat het resultaat van de vennootschap beter is en dat de man zelf zijn inkomen heeft verlaagd. De rechtbank oordeelt dat de vrouw haar werkuren kan uitbreiden tot 31,25 uur per week, maar niet fulltime, gezien de omstandigheden rondom de kinderen en de ziekte van de man.
De rechtbank berekent het netto besteedbaar inkomen van de man op €2.755 per maand, rekening houdend met arbeidsongeschiktheidsuitkering, winst uit vennootschap en lasten. Na aftrek van noodzakelijke lasten en kinderalimentatie resteert geen draagkracht voor partneralimentatie. De partneralimentatie wordt daarom per 4 juli 2022 op nihil gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen eigen proceskosten.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 4 juli 2022 gewijzigd naar nihil wegens gewijzigde omstandigheden en afgenomen draagkracht van de man.