Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 0132667220
Rechtbank Oost-Brabant
Op 20 augustus 2021 stak verdachte het slachtoffer tweemaal met een mes in de buikstreek, wat leidde tot ernstige verwondingen aan lever en galblaas. Het slachtoffer werd direct geopereerd om levensbedreigende bloedingen te stoppen. Verdachte werd vervolgd voor poging tot doodslag, subsidiair zware mishandeling.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door zijn messteken zou overlijden, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet. De verdediging voerde een beroep op noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze omdat het messteken disproportioneel was ten opzichte van de aanval van het slachtoffer, die bestond uit het afpakken van een pet en een klap met de vuist.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een bedreigde persoonlijkheidsstoornis en spijtbetuiging. De straf werd gematigd tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht, gedragsinterventie, ambulante behandeling, begeleid wonen, schuldhulpverlening en middelencontrole. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, wegens poging tot doodslag.