Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep van Stichting Boombelijd Deurne tegen het besluit van 15 februari 2022 van het college van burgemeester en wethouders van Deurne inzake de kap van bomen. In een eerdere tussenuitspraak van 8 juli 2022 stelde de rechtbank vast dat het college geen individuele beoordeling van de te kappen bomen had gemaakt, wat een gebrek in de besluitvorming vormde.
De rechtbank gaf het college de gelegenheid dit gebrek te herstellen door een aanvullende motivering of individuele beoordeling per boom. Het college trok het oorspronkelijke besluit in en nam op 8 september 2022 een herstelbesluit waarin het bezwaar van eiseres werd gegrond verklaard, het besluit van 26 mei 2022 werd herroepen, en een omgevingsvergunning werd verleend voor de kap van 83 bomen, met nadere voorwaarden voor vier andere bomen.
Eiseres bracht geen zienswijze in tegen het herstelbesluit. De rechtbank oordeelde dat het college de gebreken had hersteld door de bomen alsnog individueel te beoordelen, waardoor tien bomen minder worden gekapt en voor vier bomen een nadere beoordeling volgt. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang, en het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond.
Omdat eiseres het beroep moest instellen om het college tot intrekking van het oorspronkelijke besluit te bewegen, werd het griffierecht van €365,- aan haar vergoed. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.