ECLI:NL:RBOBR:2022:5681
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser werkte als logistiek medewerker en viel in 2016 uit wegens psychische klachten, waaronder depressie en angststoornissen. Na een loongerelateerde WGA-uitkering werd zijn WIA-uitkering per 17 juni 2021 ingetrokken omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiser stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank beoordeelde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld. De verzekeringsarts baseerde zich op medische rapporten, een fysiek spreekuur en een psychiatrische expertise van Psyon. De afwezigheid van een spreekuurcontact door de verzekeringsarts bezwaar en beroep was gemotiveerd en rechtmatig. De rechtbank vond geen reden om de rapportage van Psyon buiten beschouwing te laten.
Eiser had voldoende gelegenheid om medische informatie aan te leveren, maar koos ervoor dit niet te doen. De rechtbank vond dat het UWV de belastbaarheid van eiser niet onjuist had ingeschat. De verzekeringsarts concludeerde dat eiser benutbare mogelijkheden heeft en geen volledige arbeidsongeschiktheid. Ook de arbeidskundige beoordeling toonde aan dat eiser geschikt is voor diverse functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 23 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.