De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 6 juli 2022 een geschil tussen vader en de gecertificeerde instelling (GI) over de uitvoering van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige. Vader verzocht om beëindiging van de uithuisplaatsing en wijziging van het perspectiefbesluit, terwijl de GI verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vroeg.
De rechtbank oordeelde dat vader ontvankelijk is in zijn verzoek op grond van artikel 1:262b BW, omdat een verschil van inzicht over het perspectief van het kind een geschil vormt dat via de geschillenregeling kan worden voorgelegd. De inhoudelijke beoordeling wees uit dat de zorgen over het alcoholgebruik van vader onvoldoende waren onderbouwd en dat het perspectief van het kind nog steeds bij vader ligt.
Hoewel de rechtbank het belang van een zorgvuldige voorbereiding van een terugplaatsing bij vader erkent, wees zij het verzoek tot onmiddellijke beëindiging van de uithuisplaatsing af. De ondertoezichtstelling werd verlengd voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor een maand, met het oog op het inzetten van passende hulpverlening en het creëren van een stabiele opvoedomgeving.