LT Bouwmanagement B.V. vordert in kort geding de opheffing van conservatoir beslag dat [gedaagde] B.V. op haar onroerende zaken heeft gelegd ter zekerheid van een vordering van €127.760,46. LT betwist de verschuldigdheid van de facturen en stelt dat het beslag disproportioneel is en haar bedrijfsvoering ernstig belemmert.
[gedaagde] voert verweer en onderbouwt haar vordering met onder meer Whatsapp-berichten, mandagenregisters en eerdere betalingen. De voorzieningenrechter oordeelt dat niet summierlijk is gebleken dat de vordering ondeugdelijk is en dat nader onderzoek in de bodemprocedure nodig is.
Daarnaast weegt het gerechtvaardigde belang van [gedaagde] bij verhaal zwaarder dan het belang van LT bij opheffing van het beslag. De executiewaarde van de beslagen objecten is onvoldoende onderbouwd door LT, waardoor niet kan worden aangenomen dat het beslag onnodig of misbruik van recht is.
De vorderingen van LT worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en op 24 februari 2022 in het openbaar uitgesproken.