Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De feiten
ALGEMEEN / INLEIDING
de e-mail van dhr. [C] van hedenmiddag te 14:08 uur;
de door u opgemaakte en gedeclareerde overuren over de jaren 2014, 2015 en 2016.
fout maakt. Ik verwijs naar de onderstaande passage uit de Antwoord-Akte, citaat:
3.De verzoeken, de nevenverzoeken en de tegenverzoeken
€ 22.212,78, zulks vermeerderd met wettelijke rente vanaf de tweede dag na betekening van de in deze te wijzen beschikking voor zover het notariskantoor nalaat aan deze veroordeling te voldoen;
€ 12,-- en, voor zover bedoeld bedrag niet tijdig wordt gedaan, eveneens de daarover verschuldigde boete op grond van artikel 7:625 BW Pro;
Fraus omnia corrumpit.
4.De beoordeling
[verweerder][…]
heeft bij wijze van nevenverzoek subsidiair verzocht de door u in deze procedure te wijze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De daarvoor aangevoerde argumenten en overgelegde producties A. t/m D. zijn dezelfde op basis waarvan [verweerder] in hoger beroep een incidentele vordering heeft ingesteld tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van uw beschikking van 6 oktober 2021 met zaaknummer 9396974 / EJ VERZ 21-396
Sterker nog, de reden om de hypotheekakte over te sluiten is juist geweest dat [verzoeker] en zijn echtgenote de hypotheekschuld aanzienlijk hebben teruggebracht tot genoemde €391.000.”
€ 22.824,-- bruto (1.929 aktes notaris [notaris 2] + 1.973 akte notaris [notaris 1] minus 2000) vermenigvuldigd met € 12,00.