Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De formele voorvragen.
Bewijs.
De bewezenverklaring.
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- tussentijds contact onderhouden over de status van de toezending van pakketten bevattende metamfetamine (in elk geval een materiaal bevattende een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet) en
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straffen.
crystal meth, een voor de volksgezondheid extreem gevaarlijke harddrug. Het gebruik daarvan is bijzonder verslavend en heeft op de gebruikers een bijna verwoestende uitwerking. Voorts gaat de productie van harddrugs, naar de ervaring leert, dikwijls gepaard met het plegen van andere strafbare feiten. Verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich geen rekenschap gegeven van de schadelijke gevolgen van zijn handelen. Verdachte heeft zijn toenmalige vriend [medeverdachte] geholpen met (het opzetten van) een internationale transportlijn voor drugs vanuit Mexico en Colombia naar Nederland, waarbij gebruik werd gemaakt van pakketdiensten die de voorwerpen met daarin drugs van de (Zuid-)Amerikaanse landen naar adressen in Nederland vervoerden. Verdachte heeft immers het adres van zijn schoonzus, alwaar destijds niemand verbleef, ter beschikking gesteld voor de ontvangst van de pakketten. Daarnaast heeft verdachte onder meer de gegevens van de bankrekening van zijn stiefzoon ter beschikking gesteld om de pakketten te betalen, een account voor het tracken van de pakketten aangemaakt, de pakketten getrackt, in ontvangst genomen en naar [medeverdachte] gebracht. Verdachte zou daar naar eigen zeggen € 100,- per pakket voor krijgen van [medeverdachte] . Verdachte was aldus een belangrijke spil in het soepel doen verlopen van de zendingen van de pakketten. Dat rekent de rechtbank hem aan.
Voorlopige hechtenis.
Toepasselijke wetsartikelen.
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10, 10a van de Opiumwet.
DE UITSPRAAK
taakstrafvoor de duur van
240 urensubsidiair 120 dagen hechtenis;
gevangenisstrafvoor de duur van
40 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht, waarvan
36 maanden voorwaardelijken een proeftijd van
drie jaren;